Kamperen langs de Belgische kust

image

© Willem Laros|Belgische kustlijn vol afwisseling

De Belgische Noordzeekust mag dan niet erg lang zijn – slechts 67 km, om precies te zijn – je kunt je er wel uitstekend vermaken. Er zijn ruim voldoende kampeermogelijkheden. Het is de kust, maar natuurlijk is er ook in het ‘binnenland’ genoeg te zien en te doen. België langs de kust: van Knokke tot De Panne.

De Belgische kust kent tien kustgemeenten, maar het zijn dertien badplaatsen. Eén van de leukere kenmerken is het gegeven dat de diverse plaatsen alle hun eigen karakter hebben. Van industrieel en zeehaven tot en met mondain, van populair tot exclusief. De relatief smalle kuststreek is goed voor een jaaromzet van 2,7 miljard euro in 2014: een serieus te nemen economische factor dus. In de afgelopen jaren is men er in geslaagd het seizoen erg te verlengen: minder dan een derde van de totale omzet wordt in de zomermaanden gemaakt. Dat betekent dus dat er ook buiten juli en augustus veel te doen is aan de Belgische kust.

We beginnen ons kustreis in Knokke-Heist, eenvoudig te bereiken via de Westerscheldetunnel (tol). We beginnen met een sliptong, die  uitstekend smaakt. Smulpapen zijn het, die Vlamingen. Zeebrugge is het domein van havenkranen en een binnenhaven. De bemanning van een raceboot komt even een glaasje drinken: het geluid van de motor, zelfs rustig pruttelend, kan niemand zijn ontgaan. Brugge is, iedereen die er is geweest zal dat beamen, één prachtig levend openluchtmuseum. Wil je de stad serieus bezoeken dan neem je de fiets: Brugge is het domein van de wandelaar en de fietser.

WL-110704-205

© Willem Laros|Zand, zon en zee: voor dik en dun aantrekkelijk

Witte dorpje

Weer terug richting de kust brengen we een bezoek aan het ‘witte dorpje’ Lissewege. We passeren enkele keren het kaarsrechte, rond de één na laatste eeuwwisseling gegraven Boudewijnkanaal dat Brugge met de haven van Zeebrugge verbindt. De vader van het Vlaamse gezin naast ons geniet van zijn mooie Leica M camera. Ons belangrijkste doel in Lissewege is de Hostellerie Ter Doest, gevestigd in de abdij van Ter Doest. In de 12e (!) eeuw gestart als een Cisterciënzerabdij, waarvan alleen nog de schuur is overgebleven. Maar dat is me dan ook een bouwwerk: 56 meter lang, 21 meter breed en 16,5 meter hoog. Op het zadeldak liggen – niet gecontroleerd – 32.500 dakpannen. Aan het begin van deze eeuw is de schuur gerestaureerd, hoewel de eeuwenoude schuur niet eens tekenen van ernstig verval vertoonde. De schuur staat overdag altijd open, voor de liefhebbers van een eikenhouten constructie uit de 12 eeuw.

Het (boeken)dorpje Damme blijkt een aangename verrassing: wat een prachtig gemeentehuis (1464), wat een mooie geveltjes en wat een prachtige toren uit de 13 eeuw. Wij zijn te vroeg voor een beklimming ervan en gezien de temperatuur ben ik daar heimelijk blij om. In de kleine kern zijn maar liefst negen boekenwinkeltjes. En Damme is ook de waarschijnlijke geboorteplaats van Tijl Uilenspiegel, ‘het symbool van de Vlaamse volksziel en ontembare geus en fratsenmaker die met Nele en Lamme Goedzak doorheen velden en beemden dwaalde’ (tekst uit folder Uilenspiegel museum in Damme).

WL-110704-117

© Willem Laros|Brugge is een groot openluchtmuseum

Belle époque

Badplaats De Haan oogt heel romantisch, vooral dankzij de vele belle époque villa’s in Engels-Normandische stijl. De villawijk “Concessie”, met kronkelende laantjes over een glooiend duinlandschap, is zelfs beschermd dorpsgezicht. Omdat Nobelprijswinnaar Albert Einstein hier in 1933 een aantal maanden verbleef – op de vlucht voor Hitler, die in januari van dat jaar in Duitsland aan de macht komt – is er in de wijk een mooi beeld van hem geplaatst. Natuurlijk ben ik even bij hem gaan zitten… Einstein ontvangt in het halve jaar dat hij in De Haan verblijft tal van beroemdheden: diplomaten, politici, geleerden en kunstenaars. In september 1933 verlaat hij ongemerkt De Haan richting Engeland, een maand later vertrekt hij voorgoed naar Amerika om daar in 1955 te overlijden. Er is zelfs een Einstein wandeling door het dorp.

Het tramstationnetje in De Haan in art nouveau is het enige van dit type langs de gehele Belgische kust. Het werd hier in 1902 gebouwd. Op de zolderverdieping is een open, ijzeren waterreservoir. Dit blijft vorstvrij dankzij de schoorsteen van de kachel beneden. Sinds 1981 is het een officieel monument, in 2002 is het volledig gerestaureerd en in gebruik als toeristisch informatiepunt.

Napoleon

Vlak voor Oostende ligt het Fort Napoleon. Napoleon bracht vijf keer een bezoek aan Oostende en wilde Oostende gebruiken voor een invasie van Engeland. Uiteindelijk is het fort wel gebouwd – met de onvrijwillige hulp van Spaanse krijgsgevangenen – maar hebben hier nooit oorlogshandelingen plaatsgevonden.

In Oostende is het altijd een gezellige drukte van belang. Een paar Vlaamse meiden vragen ons waar ze kunnen shoppen. Toevallig weet ik dat van een vorig bezoek. Wij gaan niet shoppen: na een blik op enkele grote schepen en de Sint-Petrus-en_Pauluskerk (rond 1900 gebouwd) verlaten we de drukte.

WL-110704-225

© Willem Laros|Albert Einstein op de vlucht voor Hitler

Via Middelkerke, Nieuwpoort en Kokszijde bereiken we De Panne, met het breedste strand van heel de Belgische kust. En geen duinen: boulevard en strand gaan hier naadloos in elkaar over. Er zijn grote natuurgebieden, en de eerste Belgische koning kwam hier aan land, op 17 juli 1831. We eten wat op een terras op het strand. Twee Franse jongens die zich Amsterdam Square noemen zorgen voor levende muziek. Frans lijkt hier al bijna de voertaal: de obers begrijpen maar de helft van mijn Nederlands, en dat blijkt niet genoeg voor een vlekkeloos verlopende bestelling.

Via Veurne (mooi oud centrum) en Diksmuide (toren annex oorlogsmuseum) verlaten we die bijzondere Belgische kust weer. Wat een leuke bestemming: strand, dorpjes, een stad, cultuur, eten en drinken laten zich hier uitstekend mengen tot een paar heerlijke Bourgondische vakantiedagen.

 

 

WL-110703-026

© Willem Laros