Industrieel erfgoed in Belgisch Limburg

Ook dichtbij veel moois te zien

Nederland rekende destijds vrij definitief af met het mijnbouwverleden: er zal nog wel ergens een museumpje zijn, maar dat is het dan ook wel. Andere landen gingen zorgvuldiger om met hun ‘zwarte’ verleden. Ga maar eens een kijkje nemen in Frankrijk, Duitsland (Ruhrgebied) of, zoals wij deden, in Belgisch Limburg.

wpid-20150420205104.jpg

© Willem Laros|Industrieel erfgoed in Vlaanderen

Onze eerste doel: C-mine in Genk. Ook bij onze doorgaans zo taalzuivere Zuiderburen houdt de Engelse ziekte huis. C-mine staat voor “Een uniek belevingsparcours”. Maar het bleek nog veel méér.

Creatief

De C in C-mine staat vooral voor Creatief. Het oude mijncomplex is niet in zijn geheel afgebroken, maar het wordt ‘hergebruikt’: er ontstond zo een geslaagd huwelijk tussen heden en verleden. Het industriële erfgoed gecombineerd met hedendaagse creativiteit. De twee schachtbokken (torens van 72 meter hoog voor het op en neer bewegen van bakken kool en liften met mijnwerkers) van de mijn van Winterslag bepalen hier in Genk nog altijd het zicht op de stad. Maar op de site – in Vlaanderen uitgesproken als ‘siete’ – is ook ruimte gecreëerd voor ondernemers, artiesten, studenten en cultuurliefhebbers. Twee schitterende zalen voor optredens en feesten of tentoonstellingen, een onderwijsinstelling (design), startende en bestaande ondernemers en dat alles binnen de zoveel mogelijk in stand gehouden mijnbouwomgeving. Je kijkt je ogen uit! Vooral het Energiegebouw maakt indruk: een machinezaal vol tandwielen, raderwerken en wijzerplaten. “Hier klopte vroeger het hart van Winterslag”, vertelt gids Rudy Marin. Er werd uiteindelijk tot 6000 volt opgewekt: ook de aangrenzende woonwijk voor de mijnwerkers werd door de mijn zelf van stroom voorzien.

De mijn is in 1988 gesloten. Tussen 1917 en het jaar van sluiting is er 66 miljoen ton steenkool naar boven gehaald uit de in totaal 100 km aan gangen die tot op een diepte van 850 meter zijn gegraven. Een grote ramp heeft hier nooit plaatsgevonden, wel diverse kleinere ongevallen. Op het hoogtepunt werkten er 6000 mensen: 2000 bovengronds, 4000 ondergronds.

In 2003 is begonnen met de ombouw tot het C-mine complex dat het nu is. En het mocht wat kosten: er is 80 miljoen in gestoken door de Vlaamse overheid, de stad Genk die het complex kocht en bedrijven die er brood in zagen. Het resultaat is verbluffend, zowel boven- als ondergronds. In de luchtsluis, waarmee vroeger de vuile lucht door een enorme ventilator werd afgezogen uit de mijn, zijn nu exposities. In de gangen waarin ooit de kompels van en naar hun ondergrondse werk liepen – de komende en gaande arbeiders strikt gescheiden – hoor je nu de verhalen van toen. Zeer indrukwekkend! Een een geweldige bestemming voor een korte vakantie!

 

Tags: